Terugkomen op tussenuitspraak bij onjuiste juridische grondslag

Geplaatst: 17-03-2016

Volgens vaste rechtspraak mag een rechtbank slechts in zeer uitzonderlijke gevallen terugkomen van een in een tussenuitspraak gegeven oordeel. Dit is onder andere het geval indien de tussenuitspraak berust op een onjuiste juridische grondslag.



Casus
Bij besluit van 15 april 2014 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hillegom aan Manege Hillegom een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een manege. Bij tussenuitspraak van 23 oktober 2014 heeft de rechtbank naar aanleiding van de daartegen ingestelde beroepen het college in de gelegenheid gesteld binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak, de gebreken aan dit besluit te herstellen.

Hoger beroep 
In hoger beroep voeren appellanten aan dat de rechtbank in haar einduitspraak ten onrechte is teruggekomen van haar oordeel in de tussenuitspraak dat het bouwplan in strijd is met artikel 3.117 lid 1 van het Activiteitenbesluit. Zij voeren daartoe aan dat geen sprake is van een zeer uitzonderlijk geval op grond waarvan de rechtbank daarop had kunnen terugkomen.

Uitspraak ABRvS 24 februari 2016 zaaknr. 201506301/1/A1
Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 12 juni 2013 met zaaknr. 201207863/1/A1), mag een rechtbank slechts in zeer uitzonderlijke gevallen terugkomen van een in een tussenuitspraak gegeven oordeel. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 23 oktober 2014 overwogen dat de Geurverordening niet van toepassing is, zodat artikel 3.117 lid 1 van het Activiteitenbesluit, en de daarin vermelde afstand van 100 meter van toepassing zijn. In de einduitspraak heeft de rechtbank echter vastgesteld dat haar oordeel in de tussenuitspraak berustte op een onjuiste uitleg van de Geurverordening. Volgens de rechtbank is de uitzonderingsbepaling van artikel 3.118 lid 1 van het Activiteitenbesluit van toepassing. Daarmee geldt niet de afstandseis van 100 meter uit artikel 3.117 lid van het Activiteitenbesluit, maar de afstandseis van 50 meter uit de Geurverordening. Deze vaststelling is tussen partijen niet in geschil. Het was hun derhalve duidelijk dat de tussenuitspraak op dit punt op een onjuiste juridische grondslag berustte. Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank terecht een zeer uitzonderlijk geval aanwezig geacht.

Vragen?
Mocht u naar aanleiding van bovenstaande uitspraak vragen hebben, neem dan vrijblijvend contact met ons op. Dit kan per e-mail (y.vanriet@remie.nl) of per telefoon (0413-241060). U kunt dan vragen naar mevrouw mr. Y.M.G.M. (Yvana) van Riet.

Terug naar overzicht