De juiste deelfactor

Geplaatst: 01-03-2016

Bij deze wil ik een oproep doen aan alle organisaties die trachten om kengetallen in de varkenshouderij te verwerken in een vergelijkbare benchmark. We moeten ons met zijn allen afvragen of we in de huidige tijdsgeest nog wel aan de gang moeten blijven met begrippen als ‘per gemiddeld aanwezig vleesvarken’ of ‘per gemiddeld aanwezige zeug’. En nu niet weer de ‘tigste’ andere deelfactor invoeren; nee we moeten zoeken naar een kengetal waarbij het productieproces beoordeeld wordt op zijn financiële waarde.

In de vermeerderingssector worden bedrijven onderling vaak vergeleken op de voerwinst per gemiddeld aanwezige zeug. Dit is een kengetallen wat feitelijk goed te berekenen is. Echter in mijn optiek leidt deze vergelijking een te eigen weg. Bedrijven die zwaar investeren in entingen in de biggen bijvoorbeeld halen over het algemeen een goede voerwinst, maar of zij netto/netto ook het meeste overhouden van één zeugenplaats is nog maar de vraag. Dit geldt ook voor bedrijven die in concepten meedraaien: Zij krijgen een extra opslag op de biggenprijs, maar de kosten zitten vaak niet in de voerwinst.

In de vleesvarkenshouderij is de deling door een gemiddeld aanwezig vleesvarken helemaal niet meer van deze tijd. Tenminste als dit kengetal gebruikt wordt om een bedrijf te beoordelen op zijn prestaties. Stel: U heeft een stal van 2.000 vierkante meter, waarbij u ervoor kiest de dieren in een bepaald concept te houden. Als deze varkens elk op 1,5 vierkante meter worden gelegd, dan zullen die dieren prima presteren. Per gemiddeld aanwezig varken doet u het dan ook erg goed en haalt u een goede voerwinst per dier mede vanwege de goede kiloprijs op basis van het concept etc. Uw collega die zijn dieren op 0,8 vierkante meter houdt op een reguliere manier, zal door de hogere bezetting technisch iets minder presteren. Echter uit zijn stal van 2.000 vierkante meter zou best wel eens net zoveel of meer rendement kunnen komen.

De varkenshouderij zou een voorbeeld kunnen nemen aan de vleeskuikenhouderij; daar werd heel lang gesproken over een voerconversie per kilo kip bij een aflevergewicht van 1500 gram. De betrouwbaarheid daarvan als vergelijkingsgetal neemt echter steeds meer af. Momenteel wordt er in die branche vaker gerekend met saldo per vierkante meter. Dit is geeft een veel eerlijker vergelijk, en uiteindelijk is iedere vierkante meter in beginsel bij iedere ondernemer ongeveer even duur.

Jan van der Heijden
Adviseur AEC Uden

Terug naar overzicht